De feiten
Feiten lijken in het maatschappelijke en politieke debat soms van ondergeschikt belang. Wetenschap en onderzoek worden regelmatig gezien als ‘ook maar een mening’. Tegelijkertijd wordt er van bestuurders en beleidsmakers verwacht dat zij hun voorstellen zo goed mogelijk, liefst wetenschappelijk, onderbouwen. Immers, om problemen op te lossen, kan je je beter baseren op feiten dan op drogredeneringen. Maar wat als je daarbij zelf wordt beschuldigd van foutieve of gekleurde informatie, van drogredeneringen of zelfs van leugens? Hoe ga je als bestuurder en ambtenaar om met dergelijke situaties? Kan je kennis voor beleid weerbaar maken hiertegen?